Wednesday, November 27, 2013

Jamaican Allspice, Cranberry & Pecan Apfelstrudel

Drie in Een
(to the english version) Hoewel de naam het lijkt te suggereren, is 'allspice' niet een mengsel van verschillende specerijen. Die naam heeft het gekregen omdat zijn ontdekkers er zowel nootmuskaat als kruidnagel als ook kaneel in meenden te proeven. Het heeft een aangenaam donker aroma en een complexe, zacht peperige smaak. Van nature groeit het in de Caraïben en Midden Amerika, en ondertussen overal ter wereld waar het wil groeien. 

'Jamaican Allspice' verschilt in bijna niks van elke andere allspice. Het heeft van alle soorten de hoogste concentratie eugenol in zijn smaakbepalende essentiële oliën. Eugenol komt ook voor in kruidnagel. Vergeleken met andere soorten  proef je in de 'Jamaican Allspice' dan ook meer kruidnagel.  

Jamaican Jerk
Lokaal staat allspice bekend onder veel verschillende namen, waarvan 'pimento' en 'pimiento' de meest voorkomende zijn. Vers gemalen Jamaican Allspice is het smaakbepalende ingrediënt voor de befaamde 'Jamaican Jerk Seasoning'. In de Caribische keuken wordt allspice in tal van hartige gerechten gebruikt. In de meeste andere delen van de wereld wordt het om onduidelijke redenen voornamelijk gebruikt in nagerechten.

Bass Solo
Allspice kan een gerecht optillen en transformeren wanneer je de subtiele balans hebt gevonden. Een paar hele bessen bij je stooflappen doet al wonderen. Niet teveel dus, alhoewel het recept dat ik met je wil delen niet echt gezien kan worden als het schoolvoorbeeld van terughoudendheid wat betreft de allspice. In veel recepten is de allspice de basistoon waar de rest van de smaken omheen zwieren en toeteren. Deze Jamaican Allspice, Cranberry & Pecan Apflestrudel is meer een bass solo....  

Jamaican Allspice Cranberry & Pecan Apfelstrudel

ingrediënten:
2 grote, zure appels, in kleine blokjes
± 16 velletjes bevroren filodeeg (of ± 8 grote)
25 gram gedroogde cranberries
150 gram grof gehakte pecannoten
150 gram bruine suiker
50 gram lichte basterdsuiker
80 gram gesmolten boter
1 theelepel Jamaican Allspice

methode:
Verwarm de oven voor tot 190° C

Wikkel het filodeeg in een vochtige theedoek om te ontdooien en te beschermen tegen uitdrogen. 

Schil en snijd ondertussen de appels. Besprenkel met wat citroensap om verkleuren te voorkomen

Hak de pecan noten en meng ze samen met de bruine suiker en de Jamaican Allspice.

Smelt de boter op een laag vuurtje.

Leg een bakblik klaar om de strudel in elkaar te zetten. Neem het ontdooiende filodeeg en pel er vier vellen af (of 2 grote). Wikkel de rest van het deeg weer in de theedoek. Spreidt de eerste laag uit op het bakblik en strijk het in met de gesmolten boter. Spreid dan een ⅓ noten-suikermengsel uit over het deeg. Herhaal dit nog twee keer, zodat je drie lagen met noten-suiker mengsel hebt.

Plaats de vierde, laatste laag en bestrijk ook deze met boter. Meng de appels met de lichte basterdsuiker en de cranberries, en spreid het dan uit over het beboterde filodeeg.

Rol het deeg voorzichtig op.

Plaats in het midden van de voorverwarmde oven en bak de strudel goudbruin. Dat kan afhankelijk van je oven tussen de 20 en 30 minuten duren. Als je met hete lucht bakt, vergeet dan niet het deeg halverwege te keren voor een gelijkmatige bruining.

Laat de strudel volledig afkoelen op een rooster om ook de onderkant krokant te krijgen.

Bestrooi de strudel ruimhartig met poedersuiker. Serveer met een eenvoudige frisse vanillesaus

Eet smakelijk!














Friday, November 1, 2013

Panellets

Allerheiligen



(to the english version) Vandaag wordt hier Allerheiligen gevierd in Catalonië. Ik ben hier nu een dikke week in Barcelona. Mijn partner werkt hier voor een tijdje. Het recept dat ik graag met je wil delen is een typisch Catalaanse snoeperij die vooral rond Allerheiligen wordt gegeten. Ze hebben me de hele week al aan liggen staren in de vele bakkerijen van Barcelona: kleine glimmende balletjes, omhuld met pijnboompitten. 

Gisteren ontdekte ik een geweldige winkel hier, direct naast een bakkerij met dezelfde naam; Forn Baltá (calle de Carrer 115-119, voor wie in de toekomst naar Barcelona gaat). Ze hebben een verbazingwekkende selectie meel en bloem te koop; Spaanse, Franse en Duitse melen en bloem, volkoren of bio, je zegt het maar, het is hier zomaar te krijgen. Uiteraard heb ik meteen het nodige ingeslagen om thuis uit te proberen. Ik ben met name benieuwd naar de 'Navarra'- bloem die ik kocht. Ze hadden ook een 'kant-en-klaar-pakket' liggen om 'panellets' te maken. Dat kon natuurlijk geen toeval zijn...  

Dutch Oven in een Dutch oven
Het plan was hier serieus te gaan bakken tijdens mijn verblijf. Bij aankomst bleek de oven in het ons toegewezen appartement echter een magnetron met een piepklein grilletje... Daar viel echt geen brood in te bakken! 

Een creatieve geest laat zich niet zomaar uit het veld slaan, dus ging ik aan de slag om een oventje te improviseren die WEL zijn werk zou doen. Met de beperkte middelen die me ter beschikking stonden in de slecht geoutilleerde kitchenette construeerde ik mijn allereigenste oventje. Ik noem het mijn 'Dutch-oven-in-een-Dutch-oven-systeem'!



Met mijn verwachtingen flink naar beneden bijgesteld lukte het me zowaar om best aardige broodjes voor bij het ontbijt te maken; simpele witte broodjes met citroen zoutvlokken. Ze waren misschien wat taaier dan gewenst, ze smaakten er niet minder om.



Ik betwijfel het dat ik nog iets echt serieus kan bakken hier, maar de 'panellets' bleken niet echt ingewikkeld om te maken. Dus, hier zijn ze! Ze worden traditioneel gegeten met gepofte kastanjes, geroosterde zoete aardappelen en een lekkere zoete wijn erbij; meestal moscatellmistelavi de missa of vi ranci.

Panellets 

Ingrediënten:

250 gr. poedersuiker
500 gr. amandelmeel
circa 75 gr. water
250 gr. pijnboompitten 
1 ei
kokosrasp (optioneel)
amandelstukjes (optioneel)

Methode:

Mix suiker, amandelmeel en water. Gebruik net genoeg water om het mengsel bij elkaar te brengen tot een dikke massa. Maak het niet te dun! Kneed de pasta goed door elkaar, verpak het in plastic folie en laat het rusten in de koelkast. Minstens 6 uur, maar 24 uur is beter. Hoe langer het rijpt, hoe lekkerder het eindresultaat! 

Verwarm de oven voor tot 180 graden C. 

Haal de amandelmassa uit de koelkast en rol er balletjes van ter grootte van een walnoot. Klop een ei los en rol de balletjes erdoor. Rol ze vervolgens door de pijnboompitten. Dit is aanvankelijk wat geklieder, maar als de balletjes eenmaal bedekt zijn met de pitten kun je ze in je hand mooi rond rollen, zodat alle pijnboompitten keurig blijven plakken zonder dat ze uitsteken.

Als je ze extra wilt laten glimmen kun je ze nu nogmaals bestrijken met ei. Zet ze in de oven en bak ze tot ze goud bruin kleuren, ongeveer 10 minuten. Hou ze goed in de gaten; je wilt niet dat de amandelpasta te heet wordt en in gaan zakken. 

Laat ze goed afkoelen en berg ze op in een goed sluitend blik tot je ze gaat eten. Je kan ze ook door amandelstukjes rollen, of door kokosrasp (zoals ik heb gedaan).



Eet smakelijk! Kom ook eens langs op 'The Breadlab' op Facebook, als je dat al niet gedaan hebt.   

Monday, September 23, 2013

Amandelbrood - Vergeten Lekkers

Amandelbrood

Typisch Nederlands; het heet 'amandelbrood' en het is geen brood. Ook niet die amandelbroodjes met suiker en een spijsvulling.


Het is een koekje. Het soort dat je thuis nooit maakt en dat voor de warme bakker wellicht te bewerkelijk is geworden in deze tijden van nóg meer voor nóg minder. Dus ben je aangewezen op de supermarktkoekjesindustrie. 

En daar worden thuisbakkers niet echt vrolijk van. En koekjesliefhebbers evenmin. 

Het is dat dunne rechthoekige wafeltje dat je wel eens bij de koffie hebt gekregen. Met amandeltjes. Jules de Strooper verkoopt er een zeer verdienstelijke industriële versie van in de betere koekjeswinkel. 

Vergeten Lekkers

Toen Dan Lepard, de herontdekker van dit vergeten lekkers, mij mailde, moest ik erkennen dat ik het koekje kende, maar de naam ervoor nooit had gehoord in Nederland. Wel in Vlaanderen. Ik vermoed dat wij het 'koffiekoekje' noemen, maar eerlijk gezegd weet ik het niet.

Dat moet veranderen, want dit is in meerdere opzichten een ideaal koekje voor bij de koffie.

Je maakt het deeg door een aantal van de ingrediënten te verhitten. Die warme massa gaat in een bakblik en dat 'blok' gaat in de koeling. Van dat eenmaal solide blok kun je vervolgens veel gemakkelijker dunne koekjes snijden. Handig voor in  de diepvries om krakend verse koekjes te produceren in een handomdraai: je snijdt (met een heel scherp dun mes) de hoeveelheid die je nodig hebt en een half uur later staan ze op tafel. De rest kan weer de vriezer in. 


Hoewel kaneel de voornaamste smaakmaker is, is de vanille die in het recept gaat minstens zo belangrijk. In de goede verhouding zorgen ze er  samen voor dat dit een perfect 'koekje bij de koffie' is.


Oer Hollands
Dan Lepard heeft al het harde werk gedaan, dus ik geef hier enkel de link naar zijn recept dat verscheen in de kookbijlage van The Guardian. Daar is ook een link te vinden te vinden naar oer-hollandse speculaasjes, met daarin de speculaaskruidenmix van ondergetekende! Zeker ook het proberen waard. Probeer vooral het amandelbrood eens; die verdienen de aandacht meer tussen al het binnenkort losbarstend speculaasgeweld.

De afgelopen jaren surfde ik met veel plezier naar de website van The Guardian om te kijken wat er dit weekend op het programma van Dan stond. Deze week heeft hij zijn vertrek bij deze krant aangekondigd. Met mij zullen velen hem missen op die plek, maar nieuwsgierigheid naar wat hij in plaats daarvan allemaal gaat ondernemen wint het gemakkelijk van het gemis!

Monday, August 19, 2013

Butterscotch Chocolade Flancake - de laatsten zullen de eersten zijn

Is 't een cake? Is 't een flan? Het is een flancake!

(to the english version) Een flan maak ik wel vaker. Met een latino als betere helft is dat niet echt verrassend. Het is voor het eerst dat ik er een bodem onder bak. En in dit recept gaat dit op een wel heel bijzondere manier.

De flan wordt (au bain marie) in de oven gebakken. Eerst maak je een karamelsaus. Die schenk je in de omgekeerde Bundt pan. Daar bovenop komt het beslag voor de chocoladecake, en als laatste het flan-mengsel...



De laatsten zullen de eersten zijn

Toen ik me, met mijn gebrekkig driedimensionaal inzicht, nog maar eens naar de computer spoedde om te checken of ik het nou echt goed had gelezen, herinnerde ik me dat dit juist de reden was waarom ik 't recept ooit had bewaard. Om te kijken of het werkelijk deed wat het beloofde.

Ik kan het beamen: 't werkt! Het, naar mijn (waarschijnlijk foute) inschatting, zwaardere cake beslag, stijgt tijdens het bakken naar boven en wisselt plek met het flan-mengsel. Best een hele reis als je erbij stil staat. De karamelsaus blijft overigens volledig stationair. 

Het oorspronkelijke recept is een enorm bakbeest. Ik heb 't  bewerkt naar een tulband met een inhoud van ongeveer 1,4 liter. Voor een extra smaakje en een beetje crunch heb ik butterscotch chocolade gebruikt.

Butterscotch Chocolade Flan

ingrediënten:

de cake:
75 gram karamelsaus
40 gram patent bloem
20 gram cacao
¼ theelepel baksoda ('zuiveringszout')
⅛ theelepel zout
60 gram butterscotch chocolade
45 gram boter 
60 gram karnemelk
60 gram suiker
1 ei
½ (goeie) vanillestok

de flan:
480 gram gecondenseerde melk
300 gram volle melk
85 gram roomkaas
3 eieren
2 eidooiers
½ (goeie) vanillestok

methode:

Verhit je oven voor tot 175° C. Vul een grote ovenschaal tot de helft met kokend water. Zet de schaal in de oven.

Vet een tulband met een inhoud van ongeveer 1½ liter goed in. 

Smelt in een kom de chocolade au bain marie, samen met de boter. Roer het glad.

Haal de kom van de warmtebron. Voeg de karnemelk, de suiker, het ei en de vanille toe aan het chocolademengsel. Roer het goed door.

Meng in een andere kom de patentbloem met de cacao, zout en baksoda. Voeg de droge ingrediënten toe aan de natte en meng het tot een gladde massa. 

Schenk de karamelsaus op de bodem van je tulband. Je kunt je eigen karamelsaus maken, maar bebogeen, losgeklopt met een beetje slagroom doet het ook heel goed op deze flan.

Spreidt voorzichtig het chocoladebeslag bovenop de karamelsaus uit.

Meng in een keukenmachine de gecondenseerde melk, de volle melk, de roomkaas, de eieren, de eidooiers en de vanille voor één minuut.

Schenk het melkmengsel voorzichtig bovenop het chocoladebeslag.

Plaats de tulband in de ovenschaal met het kokende water. Bak en stoom de flan/cake ongeveer een uur op 175° C. Test met een saté prikker of de flan volledig gaar is. Als je een kernthermometer hebt; als de temperatuur 82° C is in het midden van de flan, dan is ie klaar! 

Haal de flan uit de oven en laat hem ín de vorm op een taartrooster tot kamertemperatuur afkoelen. Zet hem daarna in de koelkast om volledig op te stijven, bij voorkeur een hele nacht.

Om de flan uit de vorm te krijgen kun je de vorm het beste ongeveer 30 seconden in een badje van kokend water zetten. Stort daarna op een taartplateau en serveer koud.


               Baked Bree




















Friday, August 16, 2013

De perfecte botercrème

De Perfecte Botercrème


(to the english version) Als het op vullingen aankomt vind ik botercrème altijd een beetje problematisch.

Een falende smaaksensatie in een ontwikkelend kinderbrein blijft je hele leven bij je.

We staan voor de deur van de supermarkt. Mijn vriendjes en ik. Een fles frisdrank stevig in de knuisten. Net gekocht. God weet waar we het geld vandaan hebben. We hebben allemaal dorst. Het is warm. In plaats van verfrissende, sprankelende, zoete limonade blijken we een fles tonic water te hebben gekocht. Bitter. Teleurgesteld. Vies. Ik drink het nu nog steeds niet.

Ballonnen
Hetzelfde geldt, tot op zekere hoogte, voor botercrème. De eerste keer dat ik het at was in Duitsland. Ik had meegedaan aan een ballon-wedstrijd. In die dagen was het knopen van een kaartje met je naam en adres aan een helium ballon nog een zinnige vrijetijdsbesteding. De mensen die de ballon vonden, stuurden het kaartje terug met de post. De ballon die het verst was gekomen had gewonnen en kreeg een prijs.

De mijne landde 200 km verderop in Duitsland (Hülsen, als ik me wel herinner). Er volgde een correspondentie tussen mij en het meisje dat de kaart had gevonden. En op een dag stapte ik met mijn hele familie in de auto en reden we naar Hülsen. We werden ontvangen, op een zondag, met een tafel vol taarten, vlaaien, koekjes, cakes en emmers vol slagroom. De beroemde Duitse 'Kaffee und Kuchen'. Ik had nog nooit zoiets gezien.


Ik was zwaar onder de indruk van de grootste taart die op tafel stond te pronken. Het had een soort bruine slagroom die heel mooi over de hele taart was gespoten. Met hazelnoten. Ik hou van hazelnoten. Het zag er intrigerend en luxe uit, en gedurende alle plichtplegingen die nu eenmaal bij zo'n visite horen, verlangde ik steeds heviger naar het moment dat we al dat lekkers konden gaan eten.

Tantalus
Toen dat moment dan eindelijk gekomen was, zette ik tot mijn schrik en ontsteltenis mijn tanden in een boterige massa. Glad. Vet. Ik week uit naar de copieuse bak met slagroom die de tafel rond ging. Het leek me een perfecte demper op mijn teleurstellende smaakervaring. Het was slagroom zonder suiker... Wat voor Tantalus kwelling is dit! 

Tegenwoordig eet ik mijn slagroom ook liever ongezoet en dank ik mijn oosterburen dat ze me er op wezen dat 'minder vaak meer is'. Maar de botercrème is altijd een beetje een probleem gebleven...

Het volgende recept is het enige dat ik gebruik als ik geen redelijk alternatief kan bedenken voor een botercrème in een recept. Het is lichter, luchtiger dan menig ander recept, en de eieren die er in gaan worden gegaard door een hete suikerstroop, dus het is nog salmonella-proof ook nog.

Het vergt een beetje oefening om dit recept onder de knie te krijgen, maar eenmaal op je repertoire heb je er een bakleven lang plezier van!


de perfecte botercrème

ingrediënten:
150 gram eieren
80 gram eidooier
200 gram fijne suiker
75 gram water
400 gram zeer zachte boter

gereedschap: keukenthermometer

methode:
Maak een suikersiroop. Doe de suiker,, samen met het water in een superschone kleine of middelgrote steelpan (vermijd pannen met een anti-aanbaklaag). Breng het met beleid aan de kook en houd de temperatuur in de gaten. 

Begin tegelijkertijd met het opkloppen van de eieren en de dooiers tot ze licht kleuren en luchtig worden.


Verhit de suikerstroop tot 120° C en (voorzichtig, de siroop is heel heet!) schenk het al kloppend bij het eiermengsel. Klop door tot de mix is afgekoeld tot ongeveer kamertemperatuur.

Klop de (zeer zachte) boter in eerst in een aparte kom met de vlinderhaak mooi glad en daarna met de garde mooi luchtig. Klop met de garde tot de boter iets dikker begint te worden. De boter moet heel zacht zijn, maar mag niet olie-achtig zijn, of gesmolten. Met gesmolten boter krijg je geen mooi luchtig resultaat. 

Voeg op medium snelheid de eiermix toe aan de botermix en mix tot alles samenkomt in een mooi glad geheel. Pas op dat je niet te lang door mixt. 

De botercrème is direct klaar voor gebruik. Je kunt er naar behoefte kleur en smaak aan toevoegen! Perfect voor het vullen van macarons.





Tuesday, June 25, 2013

Frisse Watermeloen Taart

opstartproblemen

(to the english version) De zomer is waarschijnlijk begonnen. Waarschijnlijk, omdat we dit jaar globaal te maken lijken te hebben met een zomer die zich nog het best laat omschrijven als een reeks mislukte opstart pogingen. Die paar dagen dat het mooi weer beloofd te worden gaat Amsterdam dan ook meteen uit zijn plaat.

De laatste twee dagen was het hier tropisch warm. Zo tropisch, dat zelfs mijn tropische schoonmoeder die hier op bezoek is, het aandurfde haar winterjas uit te laten. 

Een paar dagen eerder hadden we in Parijs al extreem weer voor de kiezen gekregen. Om 11 uur in de ochtend werd het angstaanjagend aardedonker. De depressie trok langzaam achter ons aan naar het noorden bij terugkeer naar Amsterdam.  

het Louvre voor de storm
Vandaag wervelde het over het Oosten van Nederland. 

varen en zwaaien

Als het heet is, wordt Amsterdam een gekkenhuis. Varen vindt iedereen leuk hier, dus met al die grachten is het niet zo gek dat bijna iedereen een klein bootje heeft. Of een grote. En sommigen een hele, hele grote.

Eén keer per jaar besluit de hele stad massaal dat al die boten het water op moeten. 

Vandaag is die dag.

Zittend aan de kade van de gracht zie ik de boten voorbij glijden, samen met mijn betere helft. Ik vraag me hardop af hoe het toch komt dat iedereen gaat zwaaien zodra ze op een boot staan.

"Omdat ze lol hebben"

"Ik zie elke dag een heleboel mensen op straat die lol hebben. Die zwaaien nooit"

Het is alsof ergens een knop is omgedraaid; mensen op de boot zwaaien naar mensen op een andere boot. Mensen op een boot zwaaien naar de mensen op de kade. Mensen op de kade zwaaien naar mensen op de boot.

Soms beginnen de mensen op de kade, soms de mensen in de boot. Zelden wordt er synchroon gezwaaid.

We zien een paar gevallen van synchroon-zwaaien. Het merendeel ervan komt van de kapiteins van de bootjes. Hun zwaaien dient een ander doel. Om boot en passagiers veilig te houden, loont het om het bestaan van je obstakels te erkennen. 

"Het gaat over erkenning"

"Wat wordt er erkend dan?"

"ehm...speciaal...heid"

"Dat is niet eens een woord."

Een man op een hele grote boot, gevuld met wat heel goed zijn gezin zou kunnen zijn, zwaait naar ons. Wij zwaaien terug.

"Dit zwaaien, bijvoorbeeld, zou kunnen betekenen; hey kijk mij nou es, ik ben speciaal! ik zit op een boot!" 

Mensen op de kade beginnen nu met ons terug te zwaaien. 

"En wij zeggen nu met zijn allen; Ja! Kijk jou nou, jij zit op een boot. Wij erkennen dat je speciaal bent." 

"Zwaai nou maar gewoon terug en geniet ervan!"

"Ik geniet! Ik kijk nou eenmaal anders naar gedrag, dat kan ik ook niet helpen. Noem het beroepsdeformatie."

onzedelijk gedrag

Aan de andere kant van de gracht halen een jongen en een meisje de sloten van hun fiets om elders vertier te zoeken. De magie van de zomer laat zich in volle glorie aan ons zien. Er is eerst een omhelzing, dan volgen er twee paar zoekende lippen, en vrij snel mondt het een en ander uit in een onversneden uiting van onzedelijk gedrag in het openbaar.

We worden er allebei stil van. En we moeten er van glimlachen. De zon is eindelijk verslagen achter de horizon. Onder dekking van het laatste beetje schemering blijft het koppel ongezien door de paar boten die het nog volhouden op deze prachtige avond op de gracht.

Een jonge knul loopt langs het zoenende stel. Hij weet dat ie beter af is als ie het schouwspel gewoon negeert. Maar ik zie de lichte verstoring van zijn loopritme. Ik zie hem zijn perifere gezichtsveld tot het uiterste pushen. En ik zie hoe hij de beslissing maakt om tóch om te kijken, een moment voordat hij het daadwerkelijk doet.

Hij loopt gewoon door terwijl hij omkijkt. Hij draait zijn hoofd laag langs links, en steelt vanachter zijn eigen schouder, een snelle blik op het koppel. Heel even maar. Dan draait hij weer terug, en zijn blik kruist die van ons.

Ik kan het niet helpen; ik zwaai naar hem. Hij zwaait terug. Een korte, discrete handbeweging. Een  'ik weet dat je gezien hebt wat ik net deed en nu voel ik me een beetje ongemakkelijk'-zwaai. De glimlach op zijn gezicht communiceert dezelfde boodschap.

"Hoe warm is het nu?"

"nog steeds 28° C."

"En morgen? Wat is de voorspelling voor morgen?"

"16° C."

"Dan moesten we zelf maar zomer maken morgen..."




Frisse Watermeloen Taart

ingredienten:
1 rijpe watermeloen
elk ander zomerfruit
1 of 2 blikken (gekoelde) kokosmelk
3-5 eetlepels poedersuiker
½ vanillestokje

Die paar dagen dat hier thuis de oven niet aangaat is meestal omdat het buiten stervensheet is. Om niettemin te voldoen aan eventuele bakverwachtingen moet je dus buiten de gebruikelijke kaders te werk gaan. Gelukkig is er op het internet altijd iemand te vinden die dat al voor je gedaan heeft. Dus toen ik besloot dat ik een taart wilde, zin had in watermeloen, maar dan het liefst zonder te hoeven bakken, kwam Google met deze voorstellen, waarvan ik uiteindelijk deze koos om mee aan de slag te gaan. Ik zoek mijn recept-ideeën meestal op plaatjes in plaats van op websites. Op die manier hoef ik niet eerst een overdaad aan minder handige recepten door te ploegen. Een foto zegt vaak meer dan tekst, en het bespaart me veel tijd.

Het recept is simpel. Je neemt een watermeloen, en snijdt er de kapjes af. Maak van wat overblijft de basis voor je 'cake'. De meloen moet goed rijp zijn, maar niet zo rijp dat ie veel vocht afgeeft. Ik heb gekozen voor een pitloze meloen, omdat het  makkelijker eet.

Nu kun je twee kanten op; Je kunt je meloen mooi opmaken met de rest van de verse vruchten. Of je maakt een frosting van kokosmelk die je minstens een nacht in de koelkast hebt gezet. Opgeklopte kokosmelk? Kan dat dan....

Ja dat kan! Je hebt een goeie kokosmelk nodig, dus niet de hele waterige. Na een nacht in de koelkast is het een homogene massa, die zich makkelijk laat opkloppen, zoals je dat doet met gewone slagroom. Doe er suiker naar smaak bij, en een beetje vanille. De kokosroom gedraagt zich niet helemaal zoals slagroom, dus spuit of spatel de room over de watermeloen als het allemaal nog lekker koud is en vlak voor je het gaat opdienen. Dep de meloen vóór het decoreren zo droog mogelijk met een stuk keukenpapier, dan hecht de room beter. Hier vind je een recept voor kokosroom.

Als je wilt gaan voor een complete 'taart-look' kun je amandelschaafsel roosteren en de taart daarmee decoreren. Niemand zal raden dat er een echte watermeloen in die wolk heerlijkheid zit.

Al met al is het een goeie taart om een heleboel redenen; het is lactose- en glutenvrij. Er zit maar een heel klein beetje suiker in, en voor de calorie vermijders onder ons kan het zelfs helemaal zonder. En de oven kan lekker uitblijven, en daarmee is het de perfecte taart voor een mooie zomerdag!

Geniet van de zomer!